Algemene voorwaarden & Klachtenregeling

Klachtenregeling

HOOFDSTUK 1: BEGRIPSBEPALINGEN
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder: 
a. Instelling: een bureau van Mevr. A. de Bruin en Mevr. J. van Hunenstijn. Samen met een team van collega-specialisten helpen zij kinderen, jongeren en hun ouders op het gebied van Leren & Studeren, Gedrag & Ontwikkeling en Opvoedondersteuning.
b. commissie: de commissie als bedoeld in artikel 4; 
c. klager: een (ex-)leerling, een ouder/voogd/verzorger van een minderjarige (ex-)leerling, (een lid van) het personeel, (een lid van) de directie, (een lid van) het bevoegd gezag of een vrijwilliger die werkzaamheden verricht voor de instelling, alsmede een persoon die anderszins deel uitmaakt van de instelling, die een klacht heeft ingediend; 
d. klacht: klacht over gedragingen en beslissingen dan wel het nalaten van gedragingen en het niet nemen van beslissingen van de aangeklaagde; 
e. contactpersoon: de persoon als bedoeld in artikel 2; 
f. externe vertrouwenspersoon: de persoon als bedoeld in artikel 3; 
g. aangeklaagde:, (een lid van) het personeel, (een lid van) de directie, alsmede een persoon die anderszins functioneel betrokken is bij de instelling (hier vallen ook vrijwilligers onder), tegen wie een klacht is ingediend;
 
HOOFDSTUK 2: BEHANDELING VAN DE KLACHTEN
Paragraaf 1: De contactpersoon
Artikel 2: Aanstelling en taak contactpersoon
1. Er is op de instelling ten minste één contactpersoon die de klager verwijst naar de externe vertrouwenspersoon. 
2. Het bevoegd gezag benoemt, schorst en ontslaat de contactpersoon.
Paragraaf 2: De externe vertrouwenspersoon
Artikel 3: Aanstelling en taken externe vertrouwenspersoon
1. Het bevoegd gezag beschikt over ten minste één vertrouwenspersoon die functioneert als aanspreekpunt bij klachten. 
2. Het bevoegd gezag benoemt, schorst en ontslaat de vertrouwenspersoon3. De vertrouwenspersoon gaat na of door bemiddeling een oplossing kan worden bereikt. De vertrouwenspersoon gaat na of de gebeurtenis aanleiding geeft tot het indienen van een klacht. Hij begeleidt de klager desgewenst bij de verdere procedure en verleent desgewenst bijstand bij het doen van aangifte bij politie of justitie. 
4. De vertrouwenspersoon verwijst de klager, indien en voor zover noodzakelijk of wenselijk, naar andere instanties gespecialiseerd in opvang en nazorg. 
5. Indien de vertrouwenspersoon slechts aanwijzingen, doch geen concrete klachten bereiken, kan hij deze ter kennis brengen van de klachtencommissie of het bevoegd gezag. 
6. De vertrouwenspersoon geeft gevraagd of ongevraagd advies over de door het bevoegd gezag te nemen besluiten. 
7. De vertrouwenspersoon neemt bij zijn werkzaamheden de grootst mogelijke zorgvuldigheid in acht. De vertrouwenspersoon is verplicht tot geheimhouding van alle zaken die hij in die hoedanigheid verneemt. Deze plicht vervalt niet nadat betrokkene zijn taak als vertrouwenspersoon heeft beëindigd. 
8. De vertrouwenspersoon brengt jaarlijks aan het bevoegd gezag schriftelijk verslag uit van zijn werkzaamheden.
 
Paragraaf 3: De klachtencommissie
Artikel 4: Instelling en taken klachtencommissie
1. Er is een klachtencommissie voor alle scholen van het bevoegd gezag die de klacht onderzoekt en het bevoegd gezag hierover adviseert. 
2. Het bevoegd gezag heeft zich aangesloten bij de Klachtencommissie van de Stichting Onderwijsgeschillen te Utrecht.
3. De klachtencommissie geeft gevraagd of ongevraagd advies aan het bevoegd gezag over: 
a. (on)gegrondheid van de klacht; 
b. het nemen van maatregelen; 
c. overige door het bevoegd gezag te nemen besluiten. 
4. De klachtencommissie neemt, ter bescherming van de belangen van alle direct betrokkenen, de grootst mogelijke zorgvuldigheid in acht bij de behandeling van een klacht. De leden van de klachtencommissie zijn verplicht tot geheimhouding van alle zaken die zij in die hoedanigheid vernemen. Deze plicht vervalt niet nadat betrokkene zijn taak als lid van de klachtencommissie heeft beëindigd. 
5. De klachtencommissie brengt een algemeen jaarverslag uit voor alle aangesloten besturen en scholen/instellingen.
 
Paragraaf 4: De procedure bij de klachtencommissie
Artikel 5: Indienen van een klacht
1. De klager dient de klacht in bij: 
a. het bevoegd gezag/directie; of 
b. de klachtencommissie. 
2. De klacht dient binnen een jaar na de gedraging of beslissing te worden ingediend, tenzij de klachtencommissie anders beslist. 
3. Indien de klacht bij het bevoegd gezag /directie wordt ingediend, verwijst het bevoegd gezag/directie de klager naar de vertrouwenspersoon of klachtencommissie, tenzij toepassing wordt gegeven aan het vierde lid. 
4. Het bevoegd gezag/directie kan de klacht zelf afhandelen indien hij van mening is dat de klacht op een eenvoudige wijze kan worden afgehandeld. Het bevoegd gezag/directie meldt een dergelijke afhandeling op verzoek van de klager aan de klachtencommissie. 
5. Indien de klacht wordt ingediend bij een ander orgaan dan de in het eerste lid genoemde, verwijst de ontvanger de klager aanstonds door naar de klachtencommissie of naar het bevoegd gezag/directie.
De ontvanger is tot geheimhouding verplicht. 
6. Het bevoegd gezag/directie kan een voorlopige voorziening treffen. 
7. Op de ingediende klacht wordt de datum van ontvangst aangetekend. 
8. Na ontvangst van de klacht deelt de klachtencommissie het bevoegd gezag/directie, de klager en de aangeklaagde binnen vijf werkdagen schriftelijk mee dat zij een klacht onderzoekt. 
9. Klager en aangeklaagde kunnen zich laten bijstaan of laten vertegenwoordigen door een gemachtigde.
Artikel 6: Procedure indienen van een klacht
De procedure voor het indienen van een klacht is beschreven in het reglement van de LKC.
 
Paragraaf 5: Besluitvorming door het bevoegd gezag
Artikel 7: Beslissing op advies
1. Binnen vier weken na ontvangst van het advies van de klachtencommissie deelt het bevoegd gezag/directie aan de klager, de aangeklaagde, en de klachtencommissie schriftelijk gemotiveerd mee of hij het oordeel over de gegrondheid van de klacht deelt en of hij naar aanleiding van dat oordeel maatregelen neemt en zo ja welke. De mededeling gaat vergezeld van het advies van de klachtencommissie en het verslag van de hoorzitting, tenzij zwaarwegende belangen zich daartegen verzetten. 
2. Deze termijn kan met ten hoogste vier weken worden verlengd. Deze verlenging meldt het bevoegd gezag met redenen omkleed aan de klager, de aangeklaagde en de klachtencommissie. 
3. De beslissing als bedoeld in het eerste lid wordt door het bevoegd gezag niet genomen dan nadat de aangeklaagde in de gelegenheid is gesteld zich mondeling en/of schriftelijk te verweren tegen de door het bevoegd gezag voorgenomen beslissing.
HOOFDSTUK 3: SLOTBEPALINGEN
Artikel 8: Openbaarheid
1. Het bevoegd gezag/directie legt deze regeling op de instelling ter inzage. 
2. Het bevoegd gezag/directie stelt alle belanghebbenden op de hoogte van deze regeling.
Artikel 9: Evaluatie
De werking van de klachtenprocedure wordt binnen de instelling geëvalueerd. 
Dit zal gebeuren binnen 4 jaar.
 Artikel 10: Wijziging van het reglement
Deze regeling kan door het bevoegd gezag worden gewijzigd of ingetrokken, na overleg met de vertrouwenspersoon, met inachtneming van de vigerende bepalingen.
Artikel 11: Overige bepalingen
1. In gevallen waarin de regeling niet voorziet, beslist het bevoegd gezag/directie. 
2. De toelichting maakt deel uit van de regeling. 
3. Deze regeling kan worden aangehaald als 'klachtenregeling onderwijs'. 
4. Deze regeling treedt in werking op 1 maart 2014
De regeling is vastgesteld op 01 maart 2014
Harderwijk 01 maart 2014
Vertrouwenspersoon Jam